Reisverslag: Naar de Noordkaap met een ZXR400. Deel 1

7029 kilometer in 16 dagen met een Kawasaki ZXR400 uit 1994. Voordat ik vertrok verklaarden velen mij voor gek -en tijdens mijn reis trouwens ook- als ik vertelde dat ik van plan was om met mijn kleine supersportje naar de Noordkaap te vertrekken. Als ik vervolgens vertelde dat ik maximaal drie weken de tijd had begon het lachen. En als ik er bovenop de mededeling deed dat ik alleen zou gaan dan volgde één van twee verschillende reacties: of enthousiasme of ‘dat is echt een slecht idee’. Moet toch goedkomen dacht ik.

 

‘’Koop toch gewoon een BMW, of tenminste een Transalp.’’ Compleet eigenwijs vulde dat soort opmerkingen alleen maar meer mijn motivatie om juist met een dertig jaar oude supersport te vertrekken. Op een maandag met gelukkig goed weer vertrok ik. De planning van de eerste dag was om meteen naar Odense in Denemarken te rijden, 610 kilometer dus. Nou helpt het dat ik uit het oosten van het land kom, dus 20 minuten na vertrek zat ik al op de Autobahn. Alles ging voorspoedig, tot ik bij Hamburg kwam. Deze Baustelle heeft me toch zeker een uur vertraging opgeleverd, je mag namelijk niet tussen de file doorrijden met de motor in Duitsland. Eindelijk de file uit kon het gas er weer op. Ik zou al rond 17 uur aankomen in mijn hotel, dus ik kon relaxt richting de Deense grens. Tot ik op een gegeven moment in mijn spiegel keek en zag dat mijn koffers toch echt lager hingen dan eerst. Bij de eerst volgende plaats om te stoppen zag ik al snel het probleem, het bagagerekje was doorgescheurd. Het zelf gemaakte, en wel degelijk geteste, rekje was niet opgewassen tegen het asfalt van de Duitse Autobahn. Helaas kon ik hier niet mee verder. Dus ik kon meteen op de eerste dag pechhulp gebruiken. Een half uurtje later was de berger van de ADAC er al om mij te brengen naar een autogarage die het wel even weer zou vastlassen. De rit met deze bijzondere man kan ik al bijna een boek over schrijven. Hij vertelde enthousiast over zijn eigen antieke Harleys terwijl hij zijn lunch naar binnen werkte. Meerdere keren heb ik hem moeten waarschuwen omdat hij buiten zijn rijbaan kwam of bijna op zijn voorganger inreed, hij zat immers de hele tijd te typen op of te schreeuwen naar zijn telefoon. Ik probeerde mezelf gerust te stellen dat het vast niet meer ver weg zou zijn naar de garage.

Arm ding zo op de berger van de ADAC.


Ik werd gebracht naar een garage met allemaal jonge jongens die volgens mij nog niet zo lang geleden hebben geleerd om te lassen. Een klein kwartiertje hadden ze nodig en toen was het klaar zeiden ze. Een laswormpje later zou het zeker stevig genoeg zijn, beloofden ze. Ik dankte vriendelijk maar ik vertrouwde niet dat deze oplossing het nog meer dan 6000 kilometer zou volhouden. Dus ik vertrok naar een hotel in de buurt om een plan te verzinnen voor een goede oplossing. Ik vond een motorzaak die ook veel motortassen verkocht. Dus de volgende ochtend sta ik daar bij openingstijd voor de deur. Ze hadden een tas die perfect paste op mijn supersport met kuipwerk, wat echt veel zegt. Maar als echte student had ik niet het budget voor die tas dus koos ik een waterdichte rollbag die slechts een paar tientjes kostte. De oude kofferset ging terug naar Nederland en ik kon eindelijk verder. Om mezelf wat rust te gunnen vertrok ik alsnog naar Odense, nu nog maar 250 kilometer. Bij de grensovergang naar Denemarken viel me het bord op waarop stond ‘’Auf wiedersehen in the real North’’. Maar mijn reis naar het echte Noorden moest nog beginnen. Ik kwam vroeg aan in Odense en toen kwam het besef wel binnen, nú al was het echt een avontuur te noemen en dat op de eerste dag.

Met een combinatie van vastberadenheid maar ook extra zenuwen door de perikelen van de eerste dag vertrok ik de volgende ochtend naar Zweden. Toen ik de gigantische bruggen bij Nyborg en vervolgens bij Kopenhagen over reed verdwenen de zenuwen als sneeuw voor de zon. Een gevoel van trots dat ik toch een oplossing gevonden had en door ben gegaan ging door me heen.

Met een dag vertraging was ik blij om eindelijk de grens van Zweden over te zijn.

 

Dag 3 – 8: Zweden.

Waar Denemarken toch een beetje op Nederland leek maar dan heuvelachtiger, was Zweden toch wel direct anders. Gigantische naaldboom bossen aan weerszijden van de weg voor kilometers lang. Ik was ook niet zo lang in Zweden toen mijn TomTom aangaf dat ik voor 289 kilometer rechtdoor moest en toen rechts aanhouden. Eigenlijk heb ik door de hoeveelheid bos niet zoveel gezien van het land, tot ik aankwam in Huskvarna. Nee dat is geen spelfout, de plaats waar de Husqvarna gevestigd is is Huskvarna.

Het Husqvarna museum met op de achtergrond de Husqvarna fabriek.


De volgende ochtend vertrek ik verder naar het Noorden. Langzamerhand begint het landschap steeds ruwer en leger te geraken. De wegen worden steeds bochtiger en er zijn steeds minder steden en dorpen. Als er dan na tientallen kilometers weer eens een kruising is valt me op dat het advies dat mij steeds gegeven werd van tevoren wel waarheid begint te worden. ‘Dit deel van Zweden is niet zo spannend en staat vol met flitspalen’. Tot op de dag van vandaag hoop ik nog dat er geen boete in mijn brievenbus terecht gaat komen. Ik sliep die avond in een klein dorpje, Segersta, in een ontzettend leuk gasthuis bij wat bleek complete motorgekken. Maar Zweedse motorgekken zijn anders dan Nederlandse. Waar Nederlanders duidelijk hun enthousiasme tonen kunnen moet je doorvragen en doorvragen als het gaat om Zweden. Na een aantal vragen bleek dat de eigenaar van het gasthuis dertig jaar lang zijn eerste motor gehouden heeft, en dat was een ZXR750. Langzaam ontdooiden ze en vertelde hij enthousiast over hun avonturen ermee in Zwitserland. Wat een opluchting na een dag rijden in het niets.

 

Tankstationstress.

De dagen die volgden bewezen mijn ongelijk. Ik dacht dat ik met Segersta al in de zogenaamde middle of nowhere was. Maar toen ik boven de poolcirkel kwam en diep Zweeds Lapland in ging werd het pas echt eenzaam. Ik wist dat daar niet zo veel zou zijn, maar dat ik letterlijk honderd kilometer rijden kon zonder een ander mens tegen te komen had ik echt niet verwacht. Wat ik wel tegen ben gekomen zijn rendieren, en veel ook meteen. Gelukkig heb ik deze ochtend een jerrycan met benzine meegenomen. De tankstations hier liggen meer dan honderd kilometer uit elkaar, en de actieradius van mijn niet zo zuinige Kawa is iets meer dan tweehonderd kilometer. Dat betekent dat ik echt geen tankstation kon missen. Gelukkig had ik die van tevoren uitgezocht en in de route meegenomen. Maar de tankstationstress hield hier niet mee op, deze stations hadden vaak een sluitingstijd van drie uur ’s middags, dus ik moest nog doorrijden ook. Bij het meest verlaten tankstation ooit omringd met autowrakken aangekomen kon ik gelukkig tanken. Maar de pomp had allerlei Zweedse instructies. Gelukkig waren er aan aantal behulpzame jongens die mij hielpen met vertalen. We raakten aan de praat en ook zij verklaarden mij voor gek om met een supersport over deze wegen te rijden. De wegen vond ik al slecht, asfalt was het nauwelijks te noemen door de hoeveelheid kuilen, scheuren en hobbels. Ik vroeg hen of het asfalt beter zou worden vanaf hier. Ik ben volgens mij nog nooit zo hard uitgelachen. Ik kan wel zeggen dat ik toch wel ging twijfelen aan mij eigen idee om hier met een supersport te gaan rijden. En toch wilde ik doorzetten, omkeren had immers ook geen zin. Ik vervolgde mijn weg, maar het asfalt werd inderdaad niet beter. Hele stukken was het asfalt zo afschuwelijk dat ik er staand boven mijn zadel hangend overheen moest. De stugge sportophanging van de Kawa zorgde ervoor dat ik na een flinke hobbel meerdere keren loskwam van de grond. Bovendien heb ik meermaals met de kuip over de grond geschuurd. Kuil na kuil en hobbel na hobbel was mijn gemiddelde snelheid gezakt naar 40 km/u op een weg waar je 70 km/u mag. De Kawa hield zich sterk. De korte heuveltjes waren soms erg slecht te spotten waardoor hij echt ontzettende klappen te verduren kreeg. Na honderden kilometers bikkelen kwam ik eindelijk aan in het dorp waar ik zou overnachten. Särkimukka is een dorp waar slechts 4 mensen wonen, en 200 husky’s. De uitdaging zat er nog niet op toen bleek dat de laatste 15 kilometer over een onverharde weg was. Ik ben heel eerlijk als ik zeg dat ik altijd doodsbang ben geweest om van het asfalt af te gaan. Maar ja, ik moest wel. Met mijn hart in mijn keel en bezwete handjes ging ik ervoor. De dagen hiervoor had het ontzettend veel geregend dus het zand was volledig weggespoeld en de kuilen waren soms dieper dan mijn vooras hoog is. Compleet uitgeput kwam ik aan bij het gasthuis. Ik liep een rondje om mijn motor heen, met een mix van trots en verbazing dat de ZXR zo goed hield. Sommige klappen die hij moest verduren waren zo erg dat ik oprecht verwonderd was dat mijn band niet lek was, mijn velg nog rond was, en mijn voorvorkkeringen er niet allang uit lagen. De beloning van mijn bikkelen door Lapland was duidelijk. Een gezellig gasthuis aan een fantastisch mooi meer.

Aangekomen bij het gasthuis was ik blij te zien dat dit mijn uitzicht was.


Na de dag bikkelen zou de volgende dag alleen maar regenen en regenen. Bovendien zou op zondag alles gesloten zijn, waaronder vele tankstations. De rust van deze mooie plek deed mij besluiten om een dagje pauze te nemen. Even rust voor de Kawa en even rust voor mij. Dit gaf mij mooi de kans om wat dingetjes te checken aan de motor, zoals vloeistofniveaus controleren en nalopen of er geen boutjes losgetrild waren ondertussen. Ook had ik nu mooi de kans om de MotoGP race van Oostenrijk te kijken, wat een race ook! Ook ben ik gaan zoeken naar een eland, ik heb er immers nog steeds geen gezien. Wandelen op deze TCX motorlaarzen gaat trouwens prima, na 10 kilometer door de dichte bossen had ik nog nergens last van.

 

Noorwegen.

De volgende ochtend vertrek ik met buikpijn. Ik wist dat ik eerst wéér die zandweg terug moest om vervolgens door Zweden en Finland wederom een stuk binnendoor te gaan. Ik was namelijk al te ver verwijderd van de grote weg om goed asfalt tegen te komen.

Het voelde als een overwinning toen ik het einde van de zandweg bereikt had.


Een eeuwigheid later kwam ik dan eindelijk het niemandsland van Noord Zweden en Finland uit en bij de grensovergang van Noorwegen. Een wederom soepele grenscontrole later reed ik door het prachtige landschap van Noorwegen. De bomen verdwenen, en het werd een uitgestrekt rotsachtig landschap. De laatste 200 kilometer gingen een stuk sneller dan in Zweden. Voor mijn gevoel vloog de tijd ineens voorbij. De route liep langs prachtige meren en oneindige rivieren. Als je ooit zo hoog in het Noorden komt is deze route van de Finse grens naar Alta echt magisch.

De weg naar een van de Noordelijkste steden van Europa, Alta.

 

De Noordkaap.

Vanuit Alta vertrek ik naar de Noordkaap om ’s avonds weer terug te komen bij hetzelfde hotel. Dit bespaarde me de moeite om mijn bagage op te spannen en mee te nemen. Het beloofde een koude, maar droge dag te worden. Met vier lagen kleding aan vertrok ik rond een uur of 9. Een aantal kilometers buiten de stad stond mijn geplande tankstation. Maar juist toen ik dacht dat de tankstationstress over zou zijn, werd zowel bij dit tankstation als bij de volgende mijn kaart geweigerd. De kilometers op de dagteller liepen op terwijl ik steeds verder reed om een wel werkende pomp te vinden. Met de motor al op reserve vond ik er een. Als deze niet zou lukken dan maar wat proberen te regelen met een Noor wiens kaart wel geaccepteerd zou worden. Gelukkig bleek dit niet nodig toen ik een ‘maestro, tag kort’ in het scherm van deze pomp verscheen. Opgelucht kon ik verder. De eerste stressvolle 100 kilometer van de 236 naar de Noordkaap waren geweest.

Toen ik de Noordkaaptunnel indook werd het wel werkelijkheid, ik ben er bijna. Maar wat was het koud in de tunnel. De tunnel voelde als veel meer dan 6870 meter. Uit de tunnel komende begon de klim naar de Noordkaap. Naarmate ik hoger kwam reed ik dieper een wolk in. Het regende niet, maar toch wordt daardoor alles doorweekt. De TomTom was duidelijk, ik zou er bijna moeten zijn. Maar het einde van de weg was niet te zien. Na uren zwoegen door de kou en wederom over deels onverhard rijden door wegwerkzaamheden, kwam ik eindelijk aan op de legendarische bestemming, de Noordkaap. Tot mijn verbazing lag het wereldbol kunstwerk niet op zeeniveau, maar stond het bovenop een gigantische klif.

                                 

Het doel bereikt! Duidelijk is dat het weer niet al te best was.


Op het onderzoekscentrum van de Noordkaap hing een thermometer, 5 graden was het buiten. Daar twijfelde ik zeker niet aan. Gelukkig is mijn Spidi motorpak met wintervoering erin warm genoeg en echt perfect waterdicht gebleken. Na een kopje koffie om op te warmen en om te realiseren waar ik nou eigenlijk ben stapte ik op de motor om weer terug te gaan naar mijn hotel en officieel te beginnen aan de terugweg van mijn reis, nog maar 4000 kilometer. Maar terug over deze weg naar Alta was echt geen straf. Ook al was het hartstikke koud en nat, deze prachtige weg over het rotsachtige landschap met ontelbare rendieren is echt een bijzondere beleving.


Lees ook deel 2 van mijn reisverslag hier! Dit deel gaat over de terugreis door Noorwegen, Denemarken en Duitsland. De link naar deel 3 van het reisverslag vind je hier.



Deel dit artikel op:

Share on Facebook Share on linkedIn Share on Twitter

Ontvang gratis en
vrijblijvend een bod

Ik weet mijn kenteken niet

Handmatige invoer

Of voer kenteken in

select your vehicle.

Nederlands Nederlands Vlaams Vlaams
Nederlands Nederlands Deutsch Deutsch Vlaams Vlaams
Nederlands Nederlands